Ga naar inhoud

Duitsland en Nederland pakken momentum voor waterstoftransitie

Door intensieve samenwerking kunnen Duitsland en Nederland nu het momentum benutten om met de waterstoftransitie de industrie klimaatneutraal te maken.
Waterstoftransitie

De Duits-Nederlandse Energiedialoog tussen minister Rob Jetten, parlementair staatssecretaris Oliver Krischer en topmensen van Shell, TenneT, RWE, Gasunie, Thyssenkrupp, BASF en de Haven van Rotterdam levert drie concrete wensen voor de waterstoftransitie op.

“De tijd dringt”, zegt directeur van de Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) Günter Gülker. De noodzaak om snel meer waterstof te produceren zodat de industrie zo snel mogelijk klimaatneutraal kan produceren is volgens hem groot. 

Gülker ziet veel goede waterstofinitiatieven, maar het gaat wat hem betreft nog te langzaam en het is te versnipperd. Daarom bracht de DNHK samen met Shell tijdens de Duits-Nederlandse Energiedialoog op 9 juni 2022 in Keulen de belangrijkste spelers uit de politiek en industrie samen. 

Om sneller te kunnen overstappen op waterstof is de samenwerking tussen beide buurlanden hard nodig, zegt CEO dr. Fabian Ziegler van Deutsche Shell Holding GmbH. “Deze problemen kan je niet in je eentje aanpakken, de energietransitie moeten we samen doen.”

Duitsland en Nederland willen de overgang naar waterstof synchroniseren

De politiek speelt een belangrijke rol in de Duits-Nederlandse energiedialoog, met onder meer een bijdrage van de Nederlandse minister van Klimaat en Energie, Rob Jetten, en de Duitse parlementaire staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaatbescherming, Oliver Krischer.

In Nederland willen we dat de waterstofinfrastructuur in 2030 operationeel is, zegt Jetten, “om waterstof daar te brengen waar het nodig is.” Duitsland speelt hier een belangrijke rol. “Om onze ‘waterstof-backbone’ met Duitsland te verbinden, moeten we onze planning coördineren en synchroniseren.”

Krischer wijst op de complexe uitdagingen die de klimaatverandering en de Russische aanval op Oekraïne met zich meebrengen. “Wij willen snel onafhankelijk worden van de invoer van fossiele energie uit Rusland. Ik ben blij dat Duitsland en Nederland deze uitdagingen samen aanpakken in het hart van Europa.”

Concrete wensen

De energiedialoog leverde drie concrete voorstellen op:

1. IPCEI-projecten sneller goedkeuren

IPCEI staat voor “Important Project of Common European Interest” en bevordert onder meer geïntegreerde Europese projecten voor waterstof die bestaan uit verschillende nationale projecten van bedrijven en onderzoeksinstellingen uit EU-lidstaten die elkaar aanvullen. Tijdens de energiedialoog hebben de deelnemers de wens geuit dat deze projecten sneller groen licht krijgen. Met snellere goedkeuring kunnen internationale waterstofprojecten eerder worden gerealiseerd.

2. Ter discussie stellen van de Delegated Act

De deelnemers aan de energiedialoog wilden de Delegated Act waarin de Europese Commissie gas- en kernenergie onder bepaalde voorwaarden opneemt in de “taxonomie” voor duurzame investeringen, ter discussie stellen. Deze zorg werd gehoord, want in dezelfde week haalde dit voorstel geen meerderheid in het Europees Parlement.

3. Openstelling van H2Global

De sprekers spraken hun steun uit voor het Duitse financieringsproject H2Global, maar ook hun wens om het project verder open te stellen voor internationale partners. Hierdoor kan Duitsland, met goedkeuring van de EU, honderden miljoenen investeren in de productie van groene waterstof buiten de EU, bijvoorbeeld in Noord-Afrika, wat dan naar Europa wordt geïmporteerd. Dit moet de energiebehoeften van de Duitse industrie in 2030 veiligstellen. Bij deze invoer zijn onder meer de haven van Rotterdam en verschillende energiebedrijven betrokken.

Potentie voor waterstof is groot

Netbeheerder TenneT is actief in beide landen en CEO Manon van Beek benadrukt dat bij de Energiewende extra duidelijk wordt hoe belangrijk deze uitwisseling is. “Niet eerder zijn gezamenlijke projecten van de industrie, energie en logistiek tussen beide landen zo snel tot stand gekomen.” 

Ook energieproducent RWE is thuis in beide landen die allebei een hele goede uitgangspositie voor de waterstoftransitie hebben, zegt COO Waterstof dr. Sopna Sury. “De nabijheid van de kust biedt veel potentie voor offshore windenergie, voor Nederland zelfs nog een beetje meer dan voor Duitsland.” 

Nauwe samenwerking nodig om complexe waterstoftransitie succesvol te maken

Toch moet er nog heel veel gebeuren om van de waterstoftransitie een succes te maken, zegt CEO Han Fennema van Gasunie die ook in beide landen actief is. “De echte vraag moet nog op gang komen en er is nog te weinig aanbod. We zijn nog te los van elkaar georganiseerd.” 

Vice-president Jurgen Hoekstra van BASF concludeert daarom dat de Duits-Nederlandse industrie nog meer moet samenwerken. “We kunnen niet meer doen alsof het ‘business as usual’ is. We moeten nu alles uit de kast halen.”

Twee Duits-Nederlandse waterstofevents

De DNHK houdt op 27 september in opdracht van het Duitse ministerie van Economische Zaken en Klimaatbescherming het tweede Duits-Nederlandse Waterstofforum. Deskundigen uit beide landen zullen hun ervaringen delen en van gedachten wisselen over de huidige ontwikkelingen van de waterstofinfrastructuur. Kijk hier voor meer informatie.

Wie meer wil weten over de marktkansen voor waterstof in Nederland, kan mee met de NRW Business Trip naar Arnhem en Den Bosch op 12 en 13 oktober 2022. Inschrijven kan tot 15 september via de website NRW.Global Business. Kijk hier voor meer informatie.

Find this content useful? Share it with your friends!

Artikel door:

De Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) is met meer dan 1.500 leden het grootste Nederlands-Duitse zakennetwerk en ondersteunt al 115 jaar ondernemingen bij hun activiteiten op de buurmarkt.