Ga naar inhoud

Deze 1.001 CDU-gedelegeerden bepalen de toekomst van Europa

1.001 CDU-gedelegeerden bepalen op 16 januari wie de nieuwe partijvoorzitter wordt. Daarmee hebben ze een forse stem in de richting van Europa. Waar komen ze vandaan, en op wie gaan ze stemmen?

Als grootste partij van Duitsland kiest de CDU dit weekend een nieuwe partijleider, 1.001 CDU-gedelegeerden mogen hun stem uitbrengen. Daarmee bepalen de christendemocraten voor een groot deel de toekomstige koers van Duitsland en geven ze vorm aan de richting van Europa.

Maar wie zijn deze afgevaardigden en hoe onafhankelijk zijn ze? We nemen een duik in de Duitse partijendemocratie.

1.001 CDU-gedelegeerden

Wat is een gedelegeerde?

Om de partijdemocratie enigszins overzichtelijk te houden, hanteert de CDU gedelegeerdensysteem, net als de meeste andere politieke partijen in Duitsland. Zij zijn afgevaardigd door de partijafdelingen per deelstaat, en mogen dus namens hun afdeling een stem uitbrengen tijdens het partijcongres. De CDU heeft een vast aantal van 1.001 gedelegeerden.

Het systeem is ook omstreden. Zeker omdat er vaak over de richting van de partij wordt gestemd, zouden alle leden een stem moeten hebben, aldus critici.

Maar omdat partijen zo veel leden hebben, is een afgevaardigdensysteem werkbaarder, om organisatorische en logistieke redenen. Op federaal en deelstaatniveau heeft de bijeenkomst van de gedelegeerden de doorslaggevende stem, op lokaal niveau mogen doorgaans wel alle leden stemmen.

Wie kan gedelegeerde worden?

In theorie elk CDU-lid. Je moet wel worden voorgedragen door je lokale partijbestuur. In de praktijk zijn dat vaak leden die een functie hebben zoals burgemeester, wethouder, parlementslid of minister. Op lokaal niveau zijn er speciale afgevaardigdenverkiezingen. Je bent dan – afhankelijk per afdeling – gedelegeerde voor een of meerdere jaren.

Waar komen de 1.001 afgevaardigden vandaan?

Ze worden verdeeld over de deelstaatafdelingen op basis van het aantal leden (800 gedelegeerden) en overige 200 gedelegeerden worden berekend aan de hand van de resultaten bij de laatste Bondsdagverkiezingen (dus het aantal tweede stemmen dat de deelstaat wist te scoren. Met de Erststimme stem je op een kandidaat uit je regio, met Zweitstimme op de partij naar keus).

Noordrijn-Westfalen heeft 124.567 leden en mag dus de meeste gedelegeerden leveren, in 2018 waren dat er 296. Bremen is het kleinste Landesverband, en stuurde toen 5 gedelegeerden.

Om het iets ingewikkelder te maken, mogen ook erevoorzitters en vertegenwoordigers van CDU-afdelingen uit het buitenland meedoen. De CDU heeft nu geen erevoorzitters, en telt met Brussel slechts één buitenlandafdeling. De overige afgevaardigden komen uit de 17 partijafdelingen. Daarvan staan er 14 voor de deelstaten behalve Beieren (zij hebben de CSU). De steden Braunschweig, Hannover en Oldenburg hebben geen deelstaatstatus, maar tellen wel als volwaardige afdeling.  Ongeveer tweederde van de gedelegeerden is man, een derde vrouw.

Machtsbases: afdelingen en verenigingen

Mogen de gedelegeerden zelf bepalen op wie ze stemmen?

Officieel wel, ze zijn niet aan een mandaat gebonden. De stem is geheim, bij het vorige partijcongres kreeg iedereen een soort hokje op z’n tafel geplaatst, zodat afkijken niet mogelijk is. Nu krijgt iedere afgevaardigde een eigen ‘digitaal stemhokje’.

Maar in de praktijk vormen gedelegeerden ook groepen. Dat kunnen deelstaatafdelingen zijn, zo kreeg Kramp-Karrenbauer de vorige keer vooraf al openlijk steun van de CDU Saarland, haar thuishaven. Maar ook de Frauen Union liet vooraf weten op haar te stemmen. Hoewel niet alle vrouwen met de Frauen Union meestemmen, is dit toch een forse wind in de rug.

Merz had in 2018 de steun van de Mittelstandsvereinigung MIT, hiervoor geldt hetzelfde. Niet alle MIT-leden zullen op Merz stemmen, maar het is wel een enorme meevaller voor hem. Uiteindelijk bepalen gedelegeerden dus zelf of ze de aanbevelingen van hun deelstaatafdeling, hun vereniging, of zelfs hun eigen voorkeur volgen.

Gedelegeerden hebben vaak een politieke functie. Bij de keuze op een kandidaat spelen de eigen carrièremogelijkheden uiteraard ook een rol.

Meer over deze groeperingen verderop in het artikel

Hoeveel stemmen heeft een kandidaat nodig voor de winst?

De meerderheid, dus de helft plus één (501) is voldoende om landelijk partijleider te worden. Wanneer dit in de eerste ronde niet lukt, volgt er een tweede ronde waar uit de 2 kandidaten met de meeste stemmen worden gekozen (Stichwahl). Hier wordt degene met de meeste stemmen uitgeroepen tot winnaar.

De afdelingen bepalen dus wie gedelegeerde wordt, welke rol spelen de ‘verenigingen’?

Zoals de meeste politieke partijen in Duitsland telt de CDU een flink aantal verenigingen of groepen die grotendeels onafhankelijk zijn, maar wel dichtbij de partij staan, of zelfs officieel erkend. Vaak vormen ze een ‘vleugel’ binnen een partij, of vertegenwoordigen ze een bepaalde groep zoals jongeren, ouderen of vrouwen.

De CDU telt 7 organisaties die officieel gelieerd zijn aan de partij.

  • Junge Union (jongerenorganisatie)
  • Mittelstands- und Wirtschaftsvereinigung (MIT, vooral mkb-belangen, ongeveer een derde van de gedelegeerden is lid)
  • Frauen Union (belangen van vrouwen, alle CDU-vrouwen zijn automatisch lid. Zij vormen een derde van de gedelegeerden)
  • Senioren Union (belangen van senioren)
  • Ost- und Mitteldeutsche Vereinigung (belangen voormalig Oost-Duitsland)
  • Kommunalpolitische Vereinigung der CDU und CSU (voor partijleden uit de gemeentepolitiek)
  • Christlich-Demokratischen Arbeitnehmerschaft (CDA komt op voor de belangen van werknemers en sociale vraagstukken)

Vooral de Junge Union en de MIT (ook wel Wirtschaftsflügel genoemd) worden veel invloed toegedicht. In 2018 schaarden Junge Union en MIT zich achter Merz, de Frauen Union ging voor Kramp-Karrenbauer.

Verder zijn er nog organisaties met een minder officiële status, die toch invloed kunnen hebben. Daartoe wordt de conservatieve Werte Union gerekend. Maar er zijn ook clubs voor christendemocratische juristen of leraren.

Het wordt spannend

Wie gaat op wie stemmen?

Zo’n 300 van de 1.001 CDU-gedelegeerden worden aan de MIT toegerekend, dat betekent alleen niet dat ze allemaal hetzelfde stemmen. In 2018 stemden ze zeker niet allemaal allemaal op Merz, ook Spahn kreeg steun. De vraag is of de Spahn-stemmers van toen, dit nu durven te vertalen in een stem op de minder conservatieve Laschet met wie hij een team vormt.

Het was dus vroeger een stuk eenvoudiger te voorspellen wie er gaat winnen, dan nu. Vanuit de partij klinken hele wisselende signalen. Alle drie de kandidaten komen uit Noordrijn-Westfalen, waarschijnlijk zullen de meesten op hun voorzitter Laschet stemmen. Ook CDU Nedersaksen neigt hiertoe. Baden-Württemberg adviseert een stem op Merz en CDU Hessen lijkt geen bijzondere voorkeur te hebben. In Oost-Duitsland zijn de meeste CDU’ers op de hand van Merz, omdat hij de grootste breuk met het tijdperk Merkel belooft. Het kan dus nog vele kanten op.

De meer progressieve CDU’ers lijken voor Laschet te gaan, ook al heeft hij zich verbonden aan de meer conservatieve Spahn.

Het is politiek, dus zijn er nog addertjes onder het gras?

Zeker. Tot op het congres zelf kunnen 1.001 CDU-gedelegeerden zich kandidaat stellen. Dus mocht er iemand toch nog kansen zien, dan kan diegene nog meedoen om de winst. Er zijn dus nog verrassingen mogelijk.

Het partijcongres is voor het eerst digitaal, wat betekent dit voor de stemprocedure?

Normaal gesproken worden de 1.001 CDU-gedelegeerden ontvangen in een congreshal met Kaffee und Kuchen, en een uitgebreide selectie van verse kranten. Vervolgens lopen de gedelegeerden langs een soort kleine beurs waar alle sponsoren van de partij zoals de auto-industrie, de tabaksindustrie en banken een stand hebben. Daarachter is dan de grote congreshal waar de gedelegeerden achter tafeltjes kunnen plaatsnemen. Op het podium is plek voor het partijbestuur dat vanachter hun tafels de zaal in kijkt.

Door de coronacrisis gaat het dit jaar allemaal anders en dus digitaal en op papier. Op vrijdagavond 15 januari spreken de huidige voorzitter, bondskanselier Merkel, CSU-chef Markus Söder, Donald Tusk in zijn rol als voorzitter van de Europese Volkspartij, de bondskanselier van Oostenrijk Sebastian Kurz, EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen en de Belarussische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja. Gestemd wordt er op 16 januari digitaal, maar uiteindelijk telt de stem die per brief wordt verstuurd. Op de dag zelf wordt er al een voorlopige uitslag bekend gemaakt, maar de definitieve uitslag wordt bekend gemaakt op 22 januari.

Wie zijn de kandidaten?

Meer over de 3 kandidaten

Deze CDU-kandidaten willen de opvolger van Angela Merkel worden


Artikel door:

Bertus Bouwman (1986) laat het liefst het Duitsland zien dat je nog niet kent. Hij schrijft voor Duitslandnieuws over ondernemen, politiek en cultuur.