Ga naar inhoud

Waarom de Nederlandse chemie dringend op bezoek moet in Duitsland

Lopen de Duitsers echt zo ver voor op de Nederlanders in de transitie van energie en chemie? Volgende week gaan 67 bedrijven en instellingen op innovatiemissie naar de regio Aken. "Verbazingwekkend hoe weinig we weten van de ontwikkelingen in Duitsland."

Handelsmissies en economische missies. Jaarlijks reizen vele groepjes bedrijven naar Duitsland om de handelscontacten te versterken. Maar een ‘innovatiemissie’ klinkt minder vaak. Dat heeft er alles mee te maken dat de ondernemers en instellingen die nu meegaan niet direct op handel uit zijn, vertelt Martijn de Graaff van VoltaChem/TNO. Hij is inhoudelijk bij de voorbereidingen van de missie betrokken die draait om de toekomst van energie en chemie.

De Nederlandse deelnemers aan de missie ‘Industrial Electrification and Power-2-X‘ in de regio Aken willen vooral in kaart brengen waar de Duitsers mee bezig zijn, zegt de Graaff. “Waarom kiezen ze voor bepaalde oplossingen, welke bedrijven investeren in wat, hoe en wat financiert de Duitse overheid, en wat dat betekent dat voor ons als Nederlanders.”

Want er gebeurt veel in Duitsland, zegt hij. “Er zijn grote projecten en processen rondom de Energiewende en in de chemie. Gaat dat net als bij ons of is het complementair? Waar kan je samenwerken, waar concurreer je? Wij willen na deze reis sneller kunnen toewerken naar samenwerking.”

Reageren op grote veranderingen

Diverse sectoren zoals energie en chemie maken enorme ontwikkelingen door. “De energietransitie en grondstoffentransitie. We willen verduurzamen en ons aan de Parijs-akkoorden houden door te werken aan CO2-reductie. Dat bepaalt de toekomst in deze sectoren.”

Martijn de Graaff. Foto: TNO

Volgens De Graaff komen deze veranderingen sneller dan gedacht. “Nu zie je dat grote Duitse energieproducenten zoals RWE en Eon radicaal moeten omvormen. En hoewel deze concerns ook dochterbedrijven in Nederland hebben, wordt er in Europa vooral nog in nationale oplossingen gedacht.”

Het leidt tot vragen over windparken op de Noordzee die in 2030 70 Gigawatt gaan produceren. Wat ga je doen met al die stroom? “Sommige mensen denken aan het ontwikkelen van intelligente stroomnetten, de smart grids. Anderen vinden dat je er beter producten van kunt maken.”

Nieuwe industrie

Dan is er aan de andere kant de industrie die in Nederland erg groot is, zegt de TNO’er. “Kolen, olie en gas komen binnen in de haven van Rotterdam. Daar wordt het verwerkt tot bijvoorbeeld benzine en plastic of doorgezet naar Ruhrgebied. Het ARRR-cluster (Antwerpen, Rotterdam, Rijn, Ruhr) speelt een grote rol in dit thema. Het is wereldwijd het grootste cluster rondom industriële productie van brandstoffen en materialen.”

Als voorbeeld welke impact de omslag binnen de energiesector en de chemie heeft, noemt De Graaff de opkomst van elektrisch rijden. “De raffinaderijen in Rotterdam zijn de meest efficiënte van Europa. Als straks iedereen elektrisch zou rijden, hebben zij geen afzet meer. De sectoren moeten dus dealen met bedreigingen.”

Maar er liggen juist ook grote kansen. Hij somt de vier innovatierichtingen op die in de sectoren worden gehanteerd: het werken met afbreekbare materialen (biobased economy), circulair recyclen, hergebruik van warmte en CO2 en elektrificatie. “Als je volledig overstapt naar elektrisch, dan moeten we hard werken om de het Parijs-akkoord in 2050 te halen. Maar dat biedt ons ook de kans om een geheel nieuwe industrie te ontwikkelen.”

Onvoldoende kennis van ontwikkelingen in Duitse chemie

De Graaff is daarom voor VoltaChem en TNO druk bezig met het verkennen van de mogelijkheden. “Ik ben al op innovatiemissie naar Japan geweest. Maar dit hebben we nog niet gedaan voor Duitsland, idioot eigenlijk.”

Het verbaast hem vaak hoe slecht Nederlandse bedrijven en universiteiten op de hoogte zijn van initiatieven en samenwerkingsverbanden in Duitsland. “Daar tref je grote programma’s aan waar soms zelfs Nederlanders aan meedoen.” Deze innovatiemissie moet een begin zijn van een verandering hierin, zegt hij. “Als klein land moet je niet hetzelfde doen je buurman. Dus we moeten ontdekken waar onze krenten in de pap liggen.”

Daarin ziet De Graaff veel kansen voor de Rotterdamse haven, maar ook bijvoorbeeld voor chemiepark Chemelot. “E-fuels: CO2 en stikstof met elektriciteit omzetten naar methanol of ammoniak. Of e-plastics waarbij polymeren gemaakt worden met elektriciteit. Daar is een wereldmarkt voor. Het kan bovendien als energieopslag dienen voor wanneer het hard waait.”

Veel meer pilots in Duitsland

De deelnemers aan de innovatiemissie besteden een dag aan matchmaking met verschillende partijen en gaan daarna op bezoek bij bedrijven en universiteiten in de regio Aken. “We willen leren van Duitsland. Hoe kan het dat op thema’s waar wij enkel over praten, daar al zoveel pilots draaien?”

In Duitsland moeten de Nederlanders ontdekken waar ze kunnen aankloppen. “Je leest mooie verhalen in kranten, maar  vaak is de realiteit net even anders. Je ziet het pas als je er bent.” Na de missie kan hij beter zeggen of het klopt dat Duitsland echt verder is. “Misschien hebben wij wel een niche waar we beter in zijn. Er wordt veel geroepen, maar je moet doorvragen naar wat de reden achter iets is. We hopen dat er mooie samenwerkingen ontstaan.”

Find this content useful? Share it with your friends!

Artikel door:

Duitslandnieuws beheert sinds 2013 de grootste Nederlandstalige community van mensen en bedrijven die zich zakelijk met Duitsland bezighouden. Met bijna 4.000 verhalen in 7 jaar tijd wist Duitslandnieuws een uniek netwerk aan partners en lezers op te bouwen.