Ga naar inhoud

Arjan Kuijper kan als Nederlander wetenschappers in Darmstadt wakker schudden

In Kaaskoppen delen Nederlanders hun ervaringen in Duitsland. Deze week professor Arjan Kuijper, verbonden aan het Fraunhofer Institut en de technische universiteit van Darmstadt. Hij verkiest de Duitse degelijkheid boven de hippe Amerikaanse uitvindingen. "Maar ook de Duitsers krijgen steeds meer oog voor design."

Kaaskoppen is de wekelijkse rubriek van Duitslandnieuws waarin ondernemende Nederlanders en Duitsers hun ervaringen delen. We vragen hoe zij hun weg vinden over de grens.

Deze week professor Arjan Kuijper van het Fraunhofer Institut IDG in Darmstadt. Hij mailde Duitslandnieuws naar aanleiding van berichten over chaos in Berlijn en het lijstje waaruit bleek dat München de meest aantrekkelijke stad is om te wonen. Of we ook hadden gezien dat Darmstadt bovenaan prijkte in de lijst van steden met de beste toekomstkansen. “En daar gaat het toch om?”, schreef hij begeleidt met een knipoog.

Laten we beginnen met die toekomst. De zorgen over de opvang en integratie van vluchtelingen groeien in Duitsland. Hoe speelt dat in Darmstadt?

Ik zie hier erg de mentaliteit van ‘wat moet, dat moet’. In deze omgeving wonen veel mensen die 25 jaar na de val van de Muur hier naartoe kwamen. Het is natuurlijk een volledig andere situatie, maar het gevoel dat je verhuist kent men hier wel. Er zijn veel inzamelingsacties om deze mensen te helpen. Tegelijk vindt men het ook wel een beetje eng en weet men niet goed wat men er van moet denken.

Welke rol kunnen vluchtelingen spelen in de Duitse wetenschap?

Vooral middenstanders zeggen dat ze wel werk hebben voor vluchtelingen. In de wetenschap weet ik het niet zo goed, het is afwachten welk opleidingsniveau mensen hebben. We hebben hier wel internationale lesprogramma’s in het Engels.

Daar liggen dus kansen?

In Duitsland vinden ze het wel fijn als je met diploma’s en stempels kunt zwaaien. Dan kunnen ze je namelijk beter inschatten, men houdt van voorspelbaarheid. Dus dat kan wel een horde zijn bij het integreren van vluchtelingen in Duitsland als ze niet over de juiste papieren beschikken.

Arjan Kuijper studeerde in Enschede toegepaste wiskunde, promoveerde in Utrecht en belandde via de universiteiten van Kopenhagen en Linz in 2008 in het Duitse Darmstadt terecht, waar hij werkt als researchcoach bij het Fraunhofer Institut für Grafische Datenverarbeitung en een leerstoel bekleedt aan de technische universiteit.

WirtschaftsWoche is dus enthousiast over Darmstadt. Deel je dat enthousiasme?

Jazeker! Dat moet ik nu natuurlijk roepen. Maar inderdaad, het is een hele fijne overzichtelijke stad met Frankfurt en Heidelberg om de hoek voor als je een groter cultureel aanbod zoekt. Het is een beetje te vergelijken met Delft. We zijn als technische universiteit een beetje de nerds van deze regio. Hier in Darmstadt vind je ruimtevaartorganisatie ESA, maar ook het natuurkundig instituut GSI. Het mooie is de verbinding met creatieve opleidingen, iets wat je ook terugvindt in Enschede en Eindhoven. Hier willen studenten eerder een eigen bedrijfje beginnen dan dat ze worden klaargestoomd voor grote concerns als BMW of Daimler.

Ondernemend dus. Aan die ‘Gründungskultur‘ ontbreekt het toch juist in Duitsland?

In Darmstadt wordt dat gestimuleerd, ook vanuit de deelstaat Hessen. Daar beseffen ze dat dit belangrijk is voor de toekomst.

Waar draait het om in Darmstadt?

Darmstadt is de Duitse – misschien wel de Europese – hoofdstad op het gebied van ict security. En ik denk dat ruimtevaart en internet hier nog belangrijkere thema’s worden. Ik zag deze week een reportage over de autobeurs in Detroit waarin te zien was hoe je het volume kunt regelen in je auto met een armgebaar in de lucht. Toen dacht ik; ‘wow’. Daar waren wij bij Fraunhofer vijf jaar geleden al mee bezig.

Het Fraunhofer Institut, dat zijn toch die productverliefde uitvinders van de MP3-technologie die vergaten daar geld mee te verdienen?

Het begin van je vraag klopt, het tweede deel niet. Het is wel zo dat de wetenschappers die aan de MP3-technologie werkten niet bezig waren met het eindproduct. Ze wilden gewoon audio kunnen comprimeren. Maar we hebben wel degelijk licenties hierop waardoor Fraunhofer jaarlijks een mooi bedrag krijgt waar we leuke projecten van kunnen financieren.

Welke rol vervul je zelf precies bij het Fraunhofer?

Ik ben in het managementteam van Fraunhofer IGD verantwoordelijk voor de wetenschappelijke output, zoals publicaties en promoties. Daar begeleid ik onze 160 medewerkers in. Sinds augustus combineer ik dat met mijn leerstoel aan de TU Darmstadt.

Welke toekomstmuziek klinkt er vanuit Darmstadt?

Wat de MP3 deed voor audiobestanden willen wij voor de visualisatie van andere grote data maken. Dus het kleiner maken van enorme data zodat je dat kunt sturen naar bijvoorbeeld je mobiele telefoon zonder dat je iets aan de kwaliteit inlevert. Dat kan een berg patiëntendossiers zijn tot aan het uitgewerkte ontwerp voor een auto. We doen ‘alles’ op het gebied van de interactie tussen informatie en computerbeelden.

Bijvoorbeeld?

Denk aan biometrie, medische beeldverwerking, geografische infosystemen. Bijvoorbeeld; waar zet ik windmolens neer, hoe ziet het er uit? Verder virtual en augmented reality (virtual realitybril), intelligente woonomgevingen, visuele big data-analyse (botnets, medische data, stroomnetwerken), voetgangersherkenning voor auto’s, industrie 4.0, snelle simulaties, realistische computermodellen en ga zo maar door.

Waarom lukt het een technisch land als Duitsland niet om voorop te lopen in technische innovatie?

In de VS gaat het veel sneller, het ziet er mooier uit. Maar het is niet altijd goed doordacht, het kan stuk. In Duitsland duurt het zo lang omdat het volgens allemaal procedures moet lopen en eindeloos wordt getest. En als het dan af is, dan is de markt alweer een paar stappen verder.

Dat klinkt niet ideaal.

Uiteindelijk ga ik toch voor de Duitse degelijkheid. Sommige mensen in de grensstreek kochten vroeger het liefst een keuken in Duitsland. Dan heb je misschien niet het mooiste, maar wel het beste. Maar tegenwoordig hebben de Duitsers ook steeds meer oog voor de mooie kant.

Vertel?

Een aantal promovendi van mij doet opdrachten voor Opel, hier om de hoek in Rüsselheim. Daar zie je hoe techneuten en ontwerpers al in een veel eerder stadium samenwerken. Vroeger waren dat echt gescheiden werelden. Men heeft gemerkt dat die kortere lijntjes beter werken en ook de Duitse degelijkheid ten goede komen.

Hoe kunnen Nederlandse bedrijven en wetenschappers daarbij aanhaken?

Wetenschap lukt al wel, je voert gewoon projecten samen uit volgens internationale regels. Het bedrijfsleven is veel moeilijker.

Waarom?

Duitsers willen eerst via contracten alle mogelijke problemen vastleggen, Nederlanders denken: we hebben toch het beste met elkaar voor? Ik ben redelijk pessimistisch over of samenwerkingen tussen Nederlanders en Duitsers succesvol kunnen zijn. Men is aan beide kanten meestal onvoldoende bereid om in elkaar te investeren. Willen we elkaar wel echt begrijpen? Bij mij duurde het ook zeker drie jaar voordat ik dat serieus nam.

Op welk punt kwam die omslag?

Eerst denk je voortdurend: waarom moet het altijd zo moeilijk? Mijn vrouw wilde aan de slag in de kinderopvang. Ze heeft een hbo-opleiding personeel en arbeid en we hebben zelf kinderen. Ze had niet het juiste papiertje, terwijl iedereen het er over eens was dat ze dat prima aankon. Dan denk je, hoe moeilijk kan het zijn?

Hoe ga je daar nu mee om?

Je accepteert dat bepaalde dingen nu eenmaal zo gaan. Dat een in Nederland gemaakte pasfoto absoluut niet op de Duits rijbewijs mag. Omgekeerd was het Nederlandse consulaat best wel een keer bereid om een Duitse foto op een Nederlands document te plakken, omdat het wel ‘ongeveer binnen de marges’ paste. Die flexibiliteit heb je niet in Duitsland.

Hoe is dat op de werkvloer?

Mijn chef bij Fraunhofer IGD krijgt geen feedback van zijn ondergeschikten. Dus dat geef ik dan maar, iemand moet zeggen wat er speelt. Gelukkig merk ik dat men dat wel waardeert. Als ‘gekke buitenlander’ wordt dat wel van je geaccepteerd.

Je bent dus nog niet ‘verduitst’?

Ik weet nog dat ik de eerste keer op een officiële bijeenkomst verscheen in een licht beige pak met roze overhemd. Om mij heen kijkend werd ik omringd door zwarte pakken. Toen dacht ik wel; ‘ha, de Nederlander is ook aanwezig’. Inmiddels heb ik een zwart pak in de kast hangen. Ik zie dat als een soort uniform. Als ik college geef in een t-shirt omdat het zulk warm weer is, denken studenten dat de professor een assistent heeft gestuurd. Met een stropdas word je wel serieuzer genomen.

Steken Duitse collega’s iets van je op?

In Duitsland gebeuren heel veel dingen omdat ze altijd zo gaan. Ik heb een mooi alibi om te vragen waarom ik voor het aanschaffen van een verlengsnoer van 5 euro een gewichtig formulier moet invullen. Dankzij mijn vragen kan ik processen doorbreken en mensen soms wel wakker schudden.

Find this content useful? Share it with your friends!

Artikel door:
Op één dag de beste tips voor succes op de Duitse markt krijgen: Dat kan op 29 september 2016 op de Duitslanddag. Deze dag wordt dit jaar voor de tweede keer georganiseerd door de Duits-Nederlandse Handelskamer in samenwerking met Euler Hermes. Het veelzijdige programma bevat informatie over alle ins en outs van zakendoen in Duitsland en bestaat uit 12 workshops en 15 infosessies. Naast het plenaire programma met inspirerende sprekers bestaat ruime gelegenheid tot netwerken en het uitwisselen van ervaringen. Meer info’s over het programma en de aanmelding vindt u onder www.duitslanddag.nl. De Duits-Nederlandse Handelskamer (DNHK) ondersteunt al meer dan 115 jaar ondernemingen bij activiteiten op de markt in het buurland. Met ruim 1.500 leden vormt de DNHK het grootste Nederlands-Duitse zakennetwerk.

Bertus Bouwman (1986) laat het liefst het Duitsland zien dat je nog niet kent. Hij schrijft voor Duitslandnieuws over ondernemen, politiek en cultuur.